14 september 2011
 


Beste supporters,

Voor het clubblad van de AMBC Staphorst heb ik 'De Penne' gekregen, waarmee ik een stukje mocht schrijven. Hieronder volgt mijn geschreven tekst.

 

Goeie,

Ik ben René Geertman, tweeëntwintig jaar oud alweer en geboren en getogen in Zwartsluis. Na mijn behaalde diploma op het MBO Werktuigbouwkunde studeer ik nu op het HBO Technische Bedrijfskunde, verder zwaar verliefd en kinderen zijn alleen nog leuk bij anderen.
Mijn vader en broer zijn recreatief begonnen met de motocross, maar ik ben nu de enige crosser in de familie. De eerste meters werden uiteraard afgelegd op Het Wiede Gat en toen ook direct lid geworden van ‘die club’ (AMBC bleek later dus). Ik ben toen begonnen op 11-jarige leeftijd op een 80cc Hofstede Suzuki. Dit is mijn zesde jaar dat ik deelneem aan de KNMV wedstrijden. Al die tijd heb ik bij Klaas Hofstede gereden. Tot het jaar 2009 in de MX2-klasse, vanaf het jaar 2009 rijd ik in de MX1 klasse. Mijn vader moest niks weten van de KNMV wedstrijden, die wou maar al te graag zondags op de bank liggen. Maar na enig aansporen van Klaas Hofstede heb ik in 2006 voor het eerst een seizoen gereden bij de MX2 Nationalen en vervelen mijn ouders zich als ik een zondag keer níet ga crossen. Vanaf dat moment heb ik veel training gehad, tips gekregen, begeleiding gekregen, later ook concurrentie, leren sleutelen en koffie gekregen van Klaas Hofstede, dus bij deze nogmaals bedankt voor al je steun en ik hoop dat ik nog lang mag genieten voor je gemotiveerde en passie voor de motocross. Mijn andere steun en toeverlaat is Jarno Stam (juist, dit is dus géén broer van mij) deze fijne vent komt uit Belt-Schutsloot en gaat alle nationale wedstrijden mee als monteur en ook de meeste trainingen en clubwedstrijden. Samen met mijn grootste supporter, zijn zoontje Luca. Hoe hij er zo is bij gekomen kan ik niet meer herinneren, maar ik kan me ook niet indenken wat ik zonder hem zou moeten. En niet te vergeten Gerard van Dijk, die elke dinsdagavond een koppel jong’n wat conditie probeert bij te brengen.

Het eerste jaar dat ik deelnam aan de KNMV wedstrijden heb ik met mijn vader een ‘team’ van sponsoren opgezet. Vanaf het tweede jaar heb ik alles zelf gedaan: sponsoren benaderen, website bijhouden, nieuwsbrieven schrijven, sleutelen, supportersclub opgezet. Maar uiteraard wel de steun van mijn ouders en broers. Ow ja, ik moest uiteraard ook mijn conditie trainen én crossen én mijn studie had ook aandacht nodig. Het grootste gedeelte van de conditietraining kon ik dagelijks doen op mijn herenfiets en extra weerstand van de schooltas op de bagagedrager heen en weer naar Zwolle voor school. Het eerste jaar was er een viertal sponsoren volgens mij. Vorig jaar is dat ‘team’ uitgegroeid tot de stichting ‘Stichting Motorcross Zwartewaterland’, met behulp van Notariaat Ritsma in Staphorst, onder de teamnaam MX-René. Klinkt allemaal heel mooi, maar ik ben de enige rijder in deze stichting en tevens voorzitter en secretaris. Mijn broer heeft de functie van penningmeester toegewezen gekregen. Dus kreeg ik er ook nog een boekhouding bij, maar dat leek me allemaal wel interessant.

In 2007 reed ik een constant seizoen bij de MX2 nationaal klasse. Waarmee ik voornamelijk punten scoorde doordat ik weinig fouten maakte en een goed uithoudingsvermogen had. Ik eindigde op een hele nette zevende plek in de tussenstand en promoveerde naar de MX2 Inters (terwijl ik dat seizoen geen wedstrijd bij de top 15 ben gefinisht volgens mij). En toen begon de ellende, het jaar 2008 was een en al blessures. Het begon met een verstuikte rechterpols bij de eerste nationale wedstrijd in Oss. Dat viel nog mee, maar ik kon toch de tweede manche na een verkenningsronde niet deelnemen aan de tweede manche. Een week daarna was het de eerste ONK wedstrijd voor mij als Inter, de hele week niet op de motor kunnen trainen vanwege de pols en met de verstuikte pols ingetapet van start gegaan. Maar in de training van de ONK van Rhenen brak ik mijn andere pols. Er moest onder narcose het een en ander terug gedrukt worden. Het was een langdurige blessure, zeven weken gips en een spaghetti pols die onder het stinkende gips vandaan kwam. Ik was daarna zo weer terug op niveau, tot een van de laatste ronde van de ONK in Heerde. Uiteraard een en al blubber en water daar in Heerde, ik reed een tafel af (een tafel springen was alleen nog maar voor de Popeye weggelegd). Ik lande vol in de bagger, zakte door de polsen heen en mijn rechterpols werd heerlijk verwarmd, maar niet door de zon. Halve ronde door gereden, maar het was onmogelijk het stuur vast te houden. Geheel tegen mijn zin in heb ik de pits op moeten zoeken. Wel of geen ziekenhuis, “eerst maar even wachten” dacht ik, want naar een ziekenhuis rijden voor een foto en naar huis gestuurd worden met een ‘kneuzing’ vatte ik op als een zware belediging en een hoog aanstelleritis gehalte . Op de snelweg: “rijd toch maar door naar het ziekenhuis.” En wat denk je: Geertman, niks te zien, het zal wel ‘zwaar gekneusd’ zijn. Ik heb me nog nooit zo lullig gevoeld, ik zag gewoon dat alle ‘specialisten’ zich doodlachten en dat ik alle motocrossers beledigd heb. “Mag ik de foto zien?” Vroeg ik (want ik kon het gewoon niet geloven), maar toen kreeg ik een blik terug van “Wat nou, geloof je ons niet?!” en de woorden: “nee het is druk”. Die nacht amper geslapen, mijn opgezette kloppende zielige polsje had een eigen kussentje gekregen in bed. ’s Ochtends ontbijt kreeg ik telefoon: “Uhmm.. Meneer Geertman uw hebben de foto’s nogmaals bekeken na het weekend, en er zit toch een scheurtje in.” Ik was nog nooit zo blij met een botbreuk! In het ziekenhuis heb ik toch de foto nog bekeken. Een scheurtje? Een scheurtje?! Ik sprong vorige week nog in zo’n scheurtje! Maar dan met een bungeejumpelastiek aan de benen! Zo’n scheurtje kon je niet over het hoofd zien! Een specialist die heel graag naar huis wou, die nog pien int dak had van de zaterdagnacht, had die scheur nog moeten zien!

Eenmaal weer uit het gips toch maar weer vol aan de bak, in november was ik alvast begonnen aan volgend seizoen, want ik had al genoeg “winterstop” gehad. Maar toen, als klap op de vuurpijl, een clubwedstrijdje in Harskamp op een half bevroren baan, ik stuur een bochtje uit zonder grip, toen plotseling wel grip en ik immer gerade aus het Harskamperbos in. De motor keurig langs de boom, de pechvogel vol op die dikke boom. Ik lande 3 meter verder van de crossbaan op een omgevallen boom. Ik dacht dat kan nooit goed gegaan zijn en helemaal niet in dit jaar, ik til mijn hoofd op: mijn linkerbovenbeen in een heel aparte hoek, direct mijn heupen gedraaid zodat het been nog wat in lijn stond. En toen: wachten. Het duurde even voordat de eerste vlaggenist het bos was gesurvivald. Nog wat langer wachten kwam de EHBO erbij, met het fijne bericht: de ambulance is onderweg. 20 minuten op die bevroren harde ondergrond. “De ambulance komt eraan” hoorde ik, ik til mijn hoofd op: Het rode kruis busje van de crossbaan zelf!
De ‘specialist’ van dat busje vraagt: “ Heb jij je been gebroken?
ik: “Ja”
zij: “Dan bel ik een ambulance”
ik: “Wat?!”
zij heel trots: “ja, alleen ik mag een ambulance bellen”
Dus weer langer wachten, toen begon mijn been toch wel pijn te doen. Komt de EHBO’er der EHBO’ers eraan: onze Roelof Timmerman. Die attendeerde de specialist erop dat er erg belangrijke (slag)aders en bloedvaten langs dat been lopen en of ‘de specialist’ dat op beschadigingen en/of lekkages gecontroleerd had. Met een intelligent antwoord werd die zeer schokkende en verontrustende vraag beantwoord: “Nou, hij praat nog gewoon en hij is nog goed bij.” Ongelooflijk dit. Na een duidelijke berichtmelding dat mijn gebroken been op die omgevallen boom lag, struikelde iemand anders van het rode kruis over die geattendeerde omgevallen boom. Mijn bovenbeen danste op en neer en een woedekreet galmde door de provincie Gelderland. Met alle respect voor alle EHBO’ers, maar op dat moment lag ik liever op Het Wiede Gat.

Halverwege 2009 klom ik weer op de motor en deed aan het einde van het jaar redelijk fit aan de triatlon van Westerbork ( Hardlopen, ATB, motocrossen) en werd toch weer derde nadat ik die in 2007 wist te winnen. 2010 werd ik in de MX1 klasse nationaal tweede. Een normale wedstrijd zag eruit als: een slechte start, volle bak weer naar voren rijden. Maar de kampioen Johnny Bosmans had wel goede starts en reed constant in de top. Toen Bosmans virtueel al kampioen was, kreeg ik goede starts en won ik eindelijk manches.

Afgelopen winter ging moeizaam, er ging (wederom) veel aandacht uit naar de stichting en sponsoren, want ik ben maar een student en ik wil mijn ouders ook niet opzadelen met mijn hobby. Maar voor het eerst stopten sponsoren en zag alles er niet zo rooskleurig meer uit. Daarbij begon de HBO opleiding toch wel erg lastig (en saai) te worden en moest helderweg wat meer aandacht krijgen van mij. Met de gedachte dat ik later meer geld zal verdienen met mijn opleiding en ietsjes minder met mijn motocross carrière. Met als gevolg dat ik zo af een toe wel een training moest overslaan. Dus voor mijn gevoel stond ik totaal niet fit aan de start van de eerste nationale wedstrijd dit jaar in Heerde. Met een achtste trainingstijd was in al gauw tevreden. Eerste manche ging goed en kon maar niet om de tweede man heen sturen. De tweede manche zou de mooiste wedstrijd worden van dit hele jaar. Een slechte start in het natte en blubberige Heerde. In diezelfde ronde had ik de leiding nog in handen en reed weg van iedereen. Nooit gedacht, glimlach van oor tot oor, zo balen van je winter periode vol stress, geen wintercompetities gereden en vervolgens het hele veld aanvegen en de 12e man op een ronde zetten. Toch met goede moed naar de eerste ONK wedstrijd! En toen de woensdag voor de eerste ONK… Ik kom ten val bij een training in Makkinga, til mijn motor op en mijn linkerschouder ging zijn eigen weggetje leiden, sleutelbeen gebroken. On-ge-loof-lijk. Met veel geregel en zeuren toch geopereerd in Meppel aan mijn sleutelbeen.
Twee weken na de operatie kon ik al weer haast op de motor stappen, tot mijn grote schrik bleek ik die volgende week een tentamenweek te hebben op school. Dus trainingen weer even uitgesteld en volle bak leren. Volle bak leren ziet er bij mij als volgt uit: mijn boek ligt ergens begraven op mijn bureautje, en ik lees mijn aantekeningen door. Maximaal een half uur, want daarna kom ik er achter dat ik al een uur uit het raam sta te staren of ergens bij mijn vader op het bedrijf blijk te wandelen. Zo vul ik mijn hele dag met een paar uurtjes leren. Maar ik heb dit jaar toch mijn Propedeuse behaald en moet ik nog 1,5 jaar volhouden (met een beetje tegenzin) om mijn HBO Bachelor diploma te halen. Het enigste wat mij nog bezig houdt met school is ‘het papiertje’. Ik ben toch echt een man die eigenlijk met zijn handen zou moeten werken en nu wordt ik echt opgeleid om manager te worden. Ik hoop later bij het bedrijf van mijn vader te werken. Zoals velen wel weten heeft mijn vader samen met zijn neef een (reparatie) Scheepswerf in Zwartsluis.

Verder ben ik afgelopen winter naar Amerika gegaan onder auspiciën van heer Egbert Krale. Geweldige dagen gehad, zo mooi om te zien dat de motocross daar zoveel leeft. Ik heb in Meppel of Zwolle geen posters gezien van Herlings of Herjan, terwijl overal in California wel ergens een poster te zien is van een motocrosser in een winkel. Motocross banen... Het zijn daar gewoon bedrijven, full time mensen aan het werk en 7 dagen in de week geopend die continue onderhouden wordt door personeel. Bulten, perfecte opgaande kanten, achterkanten heerlijk flauw of je nou 1 meter sprong of 10 meter sprong elke keer een heerlijke landing. Mis je een bocht, dan word je niet opgevangen door een boomstam en een stalen hekwerk zoals veel banen hier in Nederland, maar gewoon een hoopje zand. Vijf verschillende banen, voor elk niveau een eigen baantje. Een dubbel te kort springen en je kunt gewoon blijven rijden! Ongekend, alleen jammer dat we hier in Nederland want minder ruimte hebben en zoveel zand.

Ik wil nu graag de penne doorgeven aan een jong talent van het Hofstede Racing team, the one-two-five king, René Boer!
 


Groeten,
René